6 Instrumenten om te gebruiken bij krimpstrategiën

Elke plek heeft een uniek verleden. Het verleent een dorp of regio karakter en een eigen identiteit. In de afgelopen jaren hebben verschillende lokale en regionale overheden zich bij de aanpak van bevolkingskrimp dan ook door hun cultuurhistorie laten inspireren. Monumentale gebouwen en landschappen kunnen namelijk een belangrijke rol spelen in de revitalisering van een gebied. Daarvoor zijn verschillende instrumenten beschikbaar die kunnen helpen cultuurhistorie te ontwikkelen in krimpgebieden.

Een succesvolle inzet van erfgoed in krimpstrategieën vraagt van bestuurders en beleidsmakers een gebiedsgerichte aanpak. Het gaat in krimpgebieden niet om het zoeken naar een nieuwe functie voor een enkel leegstaand gebouw, maar om de economische of sociale ontwikkeling van een gebied. Het realiseren van wensen en dromen van bewoners voor hun hele dorp gaat daarbij gelijk op.  

1. Inventariseren en prioriteren

Voor het behoud en herstel van cultureel erfgoed in het aardbevingen gebied is een methodiek ontwikkeld die helpt om de juiste keuzen te maken en prioriteiten te stellen. Deze aanpak is niet alleen geschikt voor een grotere regio maar zou – in compacte vorm – ook gebruikt kunnen worden voor een kleiner gebied, zoals een individuele plattelandsgemeente. Om tot verantwoorde besluiten te komen, wordt eerst het cultureel erfgoed in het gebied zo volledig mogelijk in kaart gebracht: wat is waar aanwezig, van welke waarde is het en in welke onderhoudsstaat bevindt het zich? In de methodiek is dit uitgewerkt in  vijf deelstudies waarvan de resultaten worden vastgelegd in een database (erfgoedmonitor). Deze schat aan gegevens kan vervolgens worden ontsloten door middel van een digitale cultuurhistorische waardenkaart. 

2. Cultuurhistorische verkenning

De cultuurhistorische verkenning (CV) is een instrument waarbij de erfgoedwaarden van een gebied worden geïnventariseerd om cultureel erfgoed als inspiratiebron bij ruimtelijke ontwikkelingen te kunnen gebruiken. Behalve voor ontwikkelgebieden kan de CV ook als een strategie worden ingezet voor het begeleiden van krimp in bestaande dorpen of stadswijken. Er is geen vaste methodiek, al maken vaak een historische en een ruimtelijke analyse een belangrijk onderdeel van de CV uit. Daarbij worden zowel objecten als structuren onderzocht. Het onderzoek kan plaatsvinden op verschillende schaalniveaus waarbij ook architectuur en beeldkwaliteit kunnen worden meegenomen in de verkenning.

3. Biografie

Een biografie of levensbeschrijving is een nuttig instrument om de historische betekenis en functie van een plek te achterhalen. Het kan gaan om de geschiedenis van een individuele winkelstraat, maar ook een stadsdeel of een regio kan het onderwerp van studie zijn. De biografie gaat uit van het gegeven dat veel gebieden voorheen een andere functie hadden. De zoektocht naar de oorspronkelijke betekenis en ontwikkeling van de gebouwen, het plein of de straat geeft vaak een beter inzicht in het huidig functioneren en de relatie met omliggende plekken. Daarbij komen soms verborgen of vergeten kwaliteiten naar boven die inspiratie bieden bij de profilering en toekomstige ontwikkeling van het gebied. Bij deze historische analyse kunnen oude kaarten worden bestudeerd en bouwkundig onderzoek worden uitgevoerd, evenals studies naar de betekenis van markante gebouwen en inventarisaties van bijzondere verhalen over de plek. Het is daarbij aan te bevelen om ook op het hogere schaalniveau van een gebied naar de economische en sociaal-culturele betekenis te kijken. Uiteindelijk biedt een biografie bestuurders en vastgoedeigenaren of -gebruikers handvaten om de beleving van het historisch DNA te versterken en het unieke karakter van een plek beter tot zijn recht te laten komen.

4. Community of Practice

Een Community of Practice (CoP) is een gestructureerde aanpak waarbinnen professionals rond een bepaald onderwerp analyses delen, elkaar adviseren en nieuwe praktijken ontwikkelen. Vooraf is niet bekend waar de deelnemers uitkomen. Wat hen bindt is een gemeenschappelijke urgentie, een weerbarstig vraagstuk en de noodzaak en ambitie om het op te lossen. Door de verscheidenheid aan gezichtspunten en belangen ontstaan in een CoP vaak verfrissende ideeën en nieuwe perspectieven op een probleem. Het gezamenlijk bespreken en analyseren van casestudies speelt meestal een belangrijke rol. Het instrument is ooit begonnen als een managementstrategie, maar wordt tegenwoordig steeds meer ingezet bij complexe (maatschappelijke) vraagstukken over de grenzen van organisaties en sectoren heen. Door die partijen samen te helpen leren en ontwikkelen is de kans groot dat er geschikte oplossingen worden gevonden en  inzichten daadwerkelijk in praktijk worden gebracht.

5. Dorps Ontwikkelingsmaatschappij (DOM)

De Dorps Ontwikkelingsmaatschappij (DOM) is een organisatievorm die kan worden samengesteld uit bewoners, bestuurders en experts, met als doel om concrete initiatieven ter verbetering van de woon- en leefomgeving te stimuleren. Het kan dan gaan om verbetering van de woningvoorraad, de bijzondere bebouwing of de openbare ruimte. De fundamentele basis bij de aanpak is steeds, wat wil het dorp zelf? In de gemeente Dongeradeel kozen de initiatiefnemers voor een DOM-organisatie met twee lagen die de kracht en kennis van bewoners combineerden met een degelijke besluitvorming en financieel beheer. Omdat bij een DOm gedeeltelijk buiten de bestaande organisatiestructuren om wordt gewerkt, kunnen plannen sneller worden beoordeeld en een vergunning of subsidie krijgen. Maar nog belangrijker is dat op deze manier de kracht van een lokale gemeenschap wordt benut en bewoners worden geactiveerd.

6. Transitietool

Het succes van een herbestemming hangt af van veel factoren. Om een inschatting te kunnen maken van de haalbaarheid van een project heeft de provincie Zuid-Holland de transitietool laten ontwikkelen. Dit afwegingsinstrument is ingezet om locaties te kunnen selecteren waar de provincie herbestemming wil faciliteren, bij voorkeur binnen de door haar benoemde 'erfgoedlijnen'. De transitietool bestaat uit twee series van vragen. In de beantwoording van de eerste serie wordt getoetst in hoeverre de mogelijke herbestemming past binnen de provinciale belangen rond cultureel erfgoed en andere beleidsterreinen. Er wordt ook gekeken of er al een concreet initiatief voor herbestemming is dat door de eigenaar wordt gedragen. De tweede serie vragen geeft een indicatie van de haalbaarheid van de mogelijke herbestemming. Deze haalbaarheidsanalyse is opgedeeld in drie onderdelen: functie en proces, gebouw(en) en financieel. De transitietool is ontwikkeld voor de provincie, maar kan met aanpassing van de eerste vragen ook door gemeenten binnen en buiten Zuid-Holland worden gebruikt.