Rotterdam Oostelijke Binnenstad

Het bombardement van 14 mei 1940 verwoestte vrijwel de gehele historische binnenstad. Stedenbouwkundige en architect W.G. Witteveen, vanaf 1924 werkzaam voor de gemeente en vanaf 1931 directeur dienst Stadsontwikkeling, kreeg na niet meer dan vier dagen na het bombardement de opdracht een wederopbouwplan voor de binnenstad, Kralingen en het Noordereiland te maken. Na het puinruimen begon men tijdens de oorlogsperiode met het opnieuw aanleggen van de wegen en waterwegen als basis voor de uitvoering van het Wederopbouwplan van 1941.  De behoefte aan een herstructurering van het centrum bestond al vanaf 1840 door de groei van handel, havens en inwonertal. De Maasstad met zijn continu uitbreidende havens was in de ogen van de Rotterdamse elite voorbestemd een metropool van betekenis te worden. Net voor het bombardement waren er ook een aantal prestigieuze projecten in uitvoering genomen of in een afrondende fase: de herinrichting van het Hofplein, de aanleg van de Maastunnel en de bouw van de Beurs. 

Witteveen nam het deels uitgevoerde verkeerswegenplan van A.C. Burgdorffer en de middeleeuwse stadsvorm als basis voor zijn Wederopbouwplan. Parkways verbonden als groene wiggen de verschillende stadsdelen met elkaar en met het stadshart, en een brede boulevard omsloot het centrum.  In 1944 werd de gewaardeerde, maar eigenzinnige Witteveen opgevolgd door zijn secretaris Van Traa. In zijn plan maakte de pandsgewijze aanpak van Witteveen plaats voor grotere eenheden, globale bepalingen en een zonering van functies en bestemmingen.   

Een grootschalig en beeldbepalend rijksmonument aan de Goudsesingel is het bedrijfsverzamelgebouw of industriegebouw van W. Van Tijen en H.A. Maaskant (1951), een naar buitenlands voorbeeld vormgegeven collectieve huisvesting voor kleine bedrijven. Door de gemeenschappelijke voorzieningen werkte deze vorm van gezamenlijk onderdak kostenbesparend. Het gebouw is een voorloper van het Groothandelsgebouw.