Behoud, transformatie en renovatie van naoorlogse schoolgebouwen

Schoolgebouwen in naoorlogse wijken zijn niet alleen voorzieningen voor het onderwijs, ze zijn ook van cultuurhistorische betekenis. Dat dit niet altijd zo gezien wordt, kan komen door het feit dat deze gebouwen nog in gebruik zijn– bovendien intensief. De gebouwen zijn goed te blijven functioneren en staan dus niet hoog op de erfgoed-agenda, zoals bijvoorbeeld het geval is bij leegkomende kerken. Wie de kwaliteiten door dit intensieve gebruik heen ziet, zal de optie ‘slopen’ van deze panden al gauw van het lijstje schrappen. Renovatie blijkt namelijk goedkoper en duurzamer dan nieuwbouw. Een belangrijk gegeven, nu het gros van deze karakteristieke scholen is afgeschreven en uit het straatbeeld dreigen te verdwijnen.

Een echte buurtfunctie

De naoorlogse school in de naoorlogse wijk, voor velen is dit de plek waar jeugdherinneringen geboren werden. Een echte, naoorlogse buurt telt tussen de 2.000 en 4.000 inwoners,  een maat die past in de belevingswereld van een kleuter. Een kind dat naar de lagere school gaat, kan de kring van de wijk – met zo’n 20.000 inwoners - goed behappen. In zo’n naoorlogse wijk, die nauwkeurig werd uitgedacht, is plaats voor ongeveer twaalf lagere scholen met een pakket van voorzieningen als gymnastieklokalen, sportvelden en schoolwerktuinen. De school heeft daarmee een echte buurtfunctie, en kan ook worden gebruikt door omwonenden en allerlei clubjes. Gebouwen die vandaag de dag als gedateerd of ongeschikt voor het onderwijs van morgen worden gezien. Hoe maak je het beste gebruik van het potentieel van deze karakteristieke gebouwen?

Financiële voordelen

De onderwijswereld kent een sterke ‘nieuwbouwcultuur’, waarbij nieuwsbouw – en dus sloop of afstoting van bestaande gebouwen - bijna per definitie beter en prestigieuzer wordt geacht dan renovatie, behoud en transformatie. Sloop-nieuwbouw wordt bovendien bevorderd door het financiële stelsel. Gemeenten beheren het nieuwbouwbudget, terwijl schoolbesturen het onderhoud dragen en vaak liever een nieuwe school (met lagere exploitatiekosten) zien. Wanneer we naar de totale kosten kijken, blijkt renovatie of transformatie echter goedkoper. Daarbij kan dezelfde kwaliteit als bij nieuwbouw worden bereikt. Wanneer schoolbesturen en gemeenten gezamenlijk naar de voor- en nadelen kijken, kan de keuze voor sloop-nieuwbouw of behoud-renovatie wordt zo ‘eerlijker’ gemaakt. Een open vraag aan gemeenten en schoolbesturen dus.

Meenemen in toekomstvisies

Gemeenten kunnen de toekomst en functie van schoolgebouwen in samenhang bekijken in hun voorzieningenbeleid. Niet alleen de momenteel (financieel) afgeschreven scholen uit de wederopbouw: de volgende generatie erfgoedscholen zijn die uit de jaren 70 en 80, in de zogeheten bloemkoolwijken. Gemeenten die zich buigen over een meerjarige toekomstvisie, doen er goed aan deze aankomende generatie schoolgebouwen mee te nemen.

Gebiedsgericht en met participatie

Door voor de gebouwen niet afzonderlijk, maar in samenhang met elkaar op zoek te gaan naar de toekomstmogelijkheden, komen vaak extra oplossingen binnen bereik. Zo hoeft niet voor elke school het spreekwoordelijke wiel opnieuw te worden uitgevonden. Ook kan ‘uitruil’ mogelijk zijn tussen scholen die krimpen en scholen die groeien. Door het traject in te zetten met participatie van alle partijen zoals schoolbestuur, ouders, leerlingen, omwonenden, gemeenten en andere (mogelijke) gebruikers van het gebouw tot verrassende oplossingen leiden. Door de transformatie te visualiseren kun je voorbij tegengestelde belangen komen en elkaar vinden in een eindbeeld. Niet alleen geeft dat meer inzicht, ook het draagvlak wordt daarmee groter.

Analyseer de zwakke en sterke kanten van het gebouw

Naoorlogse schoolgebouwen, al dan niet nog in gebruik, kennen een intensief gebruik. Onderhoud is vaak minimaal en verbouwingen worden vaak liefdeloos uitgevoerd. Tot de rek eruit is en het schoolbestuur nieuwbouw overweegt. Door eerst een goede analyse te maken van de zwakke en sterke kanten, komen wellicht andere mogelijkheden in beeld. Overweeg daarbij de volgende uitgangspunten:

  • Naoorlogse schoolgebouwen hebben een slimme constructie en indeling, die zich eenvoudig laat plooien naar veranderende eisen, dat is gebleken tijdens veertig jaar intensief gebruik, en kan ook in de toekomst.
  • Blijvend gebruik van een technisch gerenoveerd gebouw is duurzamer dan duurzame nieuwbouw. De betere energieprestatie van nieuwbouw weegt niet op tegen de hoge milieubelasting van sloop en bouw.
  • Hoogwaardige renovatie is 10 tot 40% goedkoper dan gelijkwaardige nieuwbouw. Bovendien krijg je bij een wederopbouw school, met hoge lokalen en grote ramen, meer “school voor je geld” in vergelijking tot de huidige, krappere normen.
  • Naoorlogse schoolgebouwen zijn betekenisvol erfgoed in historisch, sociaal, cultureel, stedenbouwkundig en architectonische opzicht.

Praktijkvoorbeeld van een goede analyse

In een project van Mevrouw Meijer zijn 14 scholen in Schalkwijk (Haarlem) geïnventariseerd op vijf thema’s: onderwijskundig functioneren, leerlingenprognoses, bouwkundige staat, stedenbouwkundige context, en de financiële situatie. In de tweede fase zijn de drie meest complexe opgaven nader bestudeerd in een ontwerpend onderzoek.

Mevrouw Meijer concludeerde dat behoud en transformatie van deze scholen goed mogelijk is, en sloop/nieuwbouw dus onnodig. Bij elf schoolgebouwen kan worden volstaan met bescheiden bouwkundige ingrepen. Met een ‘stoelendans’ tussen scholen die te krap en scholen die te ruim in hun jas zitten, wordt de capaciteit optimaal benut. Ook adviseren zij een opknapbeurt voor de omgeving van de school, bijvoorbeeld de groenstrook. De gemeente Haarlem heeft het onderzoek ter harte genomen en €10 miljoen vrijgespeeld in haar huisvestingsplan.