Bio-energie

Bio-energie wordt opgewekt uit biomassa: organisch materiaal, zoals mest, hout, snoeiafval of vezels. Op kleine schaal biedt dit kansen voor het behoud van cultuurhistorische landschapselementen, zoals houtwallen.

In tegenstelling tot fossiele brandstoffen is de opwekking van bio-energie CO2-neutraal. Planten en bomen nemen tijdens hun groei kooldioxide (CO2) op. Als ze doodgaan, komt deze CO2 vrij. Opwekking van bio-energie waarbij het materiaal wordt verbrand, vergist of vergast, versnelt deze cyclus, maar houdt de hoeveelheid kooldioxidegas in de lucht constant. Fossiele brandstoffen zijn daarentegen eindig en zorgen voor extra CO2-uitstoot

Bio-energiewinning is – vanuit erfgoedperspectief gezien – de vorm van hernieuwbare energiewinning die op de minste weerstand stuit. Zeker als het op kleine schaal plaatsvindt, biedt het zelfs kansen om verdwenen landschapselementen te herstellen. Daar staat tegenover dat bio-energiewinning pas echt doel treft als het op (zeer) grote schaal wordt ingezet. Dan zouden nieuwe boslandschappen moeten worden aangelegd en grote vergistingscentrales worden gebouwd om de biomassa in energie om kunnen te zetten. En dat zijn ingrepen die wél op weerstand zouden kunnen stuiten. Onder meer in de provincie Utrecht is onderzoek gedaan naar de inpassing van vergistingscentrales op boerenerven.

Strategieën voor inpassing in het cultuurlandschap

Het inpassen van bio-energie in het cultuurlandschap is maatwerk. Elke locatie vraagt om een andere ontwerpoplossing. Er zijn grofweg drie scenario’s denkbaar.

1. Behoud en herstel van landschapselementen

Biomassa biedt kansen om bijvoorbeeld hakhout, houtwallen en -singels een nieuwe functie te geven of zelfs verdwenen houtsingels, meidoornhagen en struwelen te herstellen. Zo stijgt de gebruikswaarde van het landschap. Naast het benutten van de historische functie wordt hiermee ook de historische inrichting van het terrein verduidelijkt. In de oogstmethode kan wel een uitdaging liggen die bij houtwallen kan conflicteren met een cultuurhistorisch verantwoord beheer, bijvoorbeeld als er mechanisch wordt geklepeld.

Er zijn inmiddels enkele voorbeelden van projecten waarbij de biomassawinning wordt ingezet in een duurzaam en kostenbesparend beheer van het landschap. Vooral voor landgoederen en buitenplaatsen is dit een interessante optie, waar momenteel volop onderzoek naar wordt gedaan. Zo verkent de provincie Gelderland samen met eigenaren en beheerders verschillende mogelijkheden om het historische groen in combinatie met hedendaags gebruik in stand te houden, zie www.duurzamelandgoederen.nl.

Niet alleen voor landgoederen is biomassa een goede optie. Op dit moment onderzoekt het Rijk of de negentiende-eeuwse gevangenis Veenhuizen in Drenthe duurzaam verwarmd kan worden met hout en andere biomassa, geleverd door boeren en bosbouwers uit de buurt. Met de opbrengsten kan het beheer van het landschap deels worden gefinancierd.

2. Accenten aanbrengen

Door de verbouw en winning van biomassa kunnen in het landschap accenten worden aangebracht en historische gebruikseenheden en structuurlijnen weer zichtbaar worden gemaakt. In het project Energielinies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wordt hiermee geëxperimenteerd. Er wordt onderzocht wat wel en niet kan bij de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De gedachte is: als het bij werelderfgoed is in te passen, biedt die inpassing inspiratie elders. Dit levert kaders of handvatten op voor alle energiepioniers, vooral in een opener landschap.

3. Het landschap transformeren

Bij de aanleg van het Waterliniemuseum in Fort Vechten (Bunnik) is het landschap getransformeerd en voorzien van een strook: een 80 meter brede en 450 meter lange zone. Over het overwoekerde fort is als het ware de tondeuse gehaald, zodat het fort zichtbaar wordt. Dit principe kan op meerdere plekken in de linie worden toegepast. De schootsvelden kunnen bijvoorbeeld in stroken beplant worden. Deze biogewassen zijn net zo snel verwijderbaar als de houten woningen destijds.

Beleid

Percelen met gewassen voor bio-energie vallen onder de agrarische bestemming of onder natuur. Uit cultuurhistorisch oogpunt kan de gewaskeuze op hoofdlijnen van belang zijn als uitdrukking van de landschappelijke hoofdstructuur (bos, akker, grasland). Het herkenbaar houden van deze hoofdstructuur is vrij algemeen door Rijk, provincie en gemeente als beleidsdoelstelling geformuleerd, zoals in nationale en provinciale ruimtelijke structuurvisies.

Vergistingscentrales

Winbare massa is slechts één kant van bio-energie. Enkele provincies oriënteren zich ook op de verwerking van biomassa in vergistingsinstallaties tot biogas en de mogelijkheden om dergelijke installaties in het landschap in te passen. Het gaat om installaties en objecten van forse afmetingen die goed in het landschap zichtbaar zijn. De provincie Groningen heeft daarom een studie naar de locatiefactoren en mogelijkheden voor landschappelijke inpassing laten uitvoeren.