Windenergie

Windturbines springen al van een grote afstand in het oog. Hoe kunnen windenergie en cultuurhistorisch waardevolle landschappen samengaan?

De afgelopen decennia heeft zich op het gebied van windenergie een flinke schaalvergroting voorgedaan. De huidige generatie windturbines en die van de nabije toekomst is uitgegroeid tot een hoogte van bijna tweehonderd meter. Om een beeld van de omvang te geven: oude windmolens van twintig jaar oud hebben een vermogen van 75kW, de modernste windmolens kunnen een vermogen ontwikkelen tot 8MW. Dat heeft wel gevolgen voor het aanzien van een windpark. De nieuwste windturbines hebben nu een tiphoogte (inclusief rotorblad) van ongeveer 200 meter. Vergelijk hiermee de hoogste kerktoren van Nederland: de Domtoren is 112,32 meter.

De plaatsing van windturbines blijft dan ook niet onopgemerkt en kan op weerstand stuiten bij bewoners die visuele hinder en geluidsoverlast ondervinden. Veel plaatsen worden dan ook bij voorbaat ongeschikt gevonden, zoals woon-, natuur- en recreatiegebieden. Deze omstandigheden hebben ertoe geleid dat het Rijk een relatief beperkt aantal zoekgebieden windenergie heeft aangewezen. Deze zoekgebieden zijn bedoeld als eerste, globale indicatie van te realiseren windparken. Koppeling aan grootschalige (agrarische) landschappen verdient daarbij meestal de voorkeur. Omdat windturbines een industrieel karakter hebben, is het voor de hand liggend om ze in of nabij industrieterreinen en havens te plaatsen.

Strategieën voor inpassing

De inpassing van windturbines is maatwerk. Toch zijn er grofweg drie te volgen strategieën als het gaat om de inpassing van windenergie in een cultuurlandschap:

1. Het bestaande landschap instandhouden

Windturbines zijn groot en opvallend. Het is dan ook onmogelijk om ze onzichtbaar in het bestaande landschap weg te werken. Daar staat tegenover dat windmolens de (hoofd)structuur van het landschap niet aantasten. Het landschap moet immers open blijven voor maximale windvangst. Zo kunnen oude landschapsstructuren intact worden gehouden. Uiteraard wordt de belevingswaarde wél beïnvloed en leidt de plaatsing van windturbines in de buurt van cultuurhistorische landschappen niet zelden tot protest. Daarom adviseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om in werelderfgoedgebieden, beschermde stads- en dorpsgezichten, historische buitenplaatsen en kenmerkende wederopbouwgebieden bij voorkeur een afstandsnorm van 1800 tot 2000 meter te hanteren (de wettelijke norm is 500 meter). Lees meer over deze erfgoedvisie op windturbines.

Een voorbeeld van maatwerk bij het zoeken naar mogelijkheden bij werelderfgoed is de Heritage Impact Assessment voor Kinderdijk, waar de zoeklocatie voor turbines op twee tot drie kilometer van de grens van het werelderfgoedgebied ligt. Hier kwam men tot een negatieve conclusie over de plaatsing van turbines.

2. Inpassen en keuzes maken

Wanneer het toch nodig is om windturbines te plaatsen binnen een radius van 2000 meter van een cultuurhistorisch waardevol gebied, is het aan te raden om door middel van fotomontages en eventueel bewegende beelden verschillende scenario’s in beeld te brengen. Zo kan duidelijk worden of een alternatieve opstelling de visuele impact van de windturbines kan beperken. Bekijk de kaart met cultuurhistorische landschappen en zoekgebieden windenergie.

3. Het landschap transformeren

Windenergie voegt een nieuwe laag in het landschap toe. Dit kan een markant landschappelijk beeld opleveren of het bestaande beeld versterken, bijvoorbeeld in een stedelijke of industriële context. Zo geldt voor de gemeente Amsterdam dat windturbines – net als hoogbouw – een bijdrage kunnen leveren aan de kwaliteit van het stadssilhouet. Lees meer daarover in de hoogbouwnota van Amsterdam.

Beleid

Rijksoverheid

Het rijksbeleid richt zich op grote windparken, van minimaal 100MW. Het rijksbeleid voor windenergie op land met een toelichting op de door het Rijk vastgestelde zoekgebieden windenergie is vastgelegd in de Structuurvisie Windenergie Op Land.

Het huidige ruimtelijke beleid van Rijk en provincies voorziet er niet alleen in om nieuwe windparken te bouwen, maar ook om bestaande locaties met solitaire turbines te saneren. In het verleden zijn op een aantal plaatsen her en der windturbines in het landschap geplaatst, vaak op boerenerven. In de huidige praktijk worden de turbines geclusterd in groepen of lijnen. Hiermee wordt een overzichtelijker, minder rommelig landschappelijk beeld beoogd.

Provincies

Provincies zijn verantwoordelijk voor de windparken van 10 – 100MW. Elke provincie heeft eigen uitgangspunten en gebiedscategorieën geformuleerd. Het Rijk heeft hier met alle provincies afspraken over gemaakt. Deze afspraken zijn terug te lezen op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Gemeenten

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor parken die kleiner zijn dan 10MW. Diverse gemeenten hebben al beleid voor duurzame energie of zijn ermee bezig. Sommige gemeenten – vooral de grotere – hebben een specifieke windvisie opgesteld, bijvoorbeeld Amsterdam. In deze gemeentelijke visie wordt minstens 2 km afstand van het werelderfgoed (de grachtengordel) als minimum gehanteerd. Zie ook de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor meer informatie over gemeentelijk beleid over duurzame energie.

Windenergie in kaart

  • Op deze kaart zijn cultuurhistorische landschappen die overlappen met zoekgebieden windenergie in beeld gebracht met een ‘bufferzone’ van 2 km.
  • Een uitgebreid cartografisch overzicht van alle bestaande windturbines in Nederland is te vinden op www.windstats.nl.
  • Een overzicht van de parken – groter dan 100MW – die nu in procedure zijn of dat waren, is te vinden op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.