Hoe pakken onze buren het aan?

Ook de Engelsen, Duitsers en Fransen hebben te maken met het beheer van veenweidelandschappen. Wat kunnen we van elkaar leren?

voorpagina van de publicatie 'Veenbehoud en cultuurhistorie'In de publicatie Veenbehoud en cultuurhistorie staat onder meer een internationale vergelijking van beheerstrategieën in vijf veenweidegebieden. Het gaat om Laag Holland (Nederland), Teufelsmoor en Eider-Treene-Sorge Gebiet (twee gebieden in Duitsland), Les Marais du Cotentin et du Bessin (Frankrijk) en Somerset Levels and Moors (Engeland). Er zijn paralellen, maar ook veel verschillen in de manier waarop in deze gebieden met beheervraagstukken wordt omgegaan. Hieronder zijn de meest opvallende punten op een rij gezet.

Nederland: Laag Holland

Nederland profileert zich met landbouwinnovatie, om daarmee directe en indirecte overheidsuitgaven te beperken. Dat betekent overigens niet dat compensatie van de CO2-uitstoot verrekend wordt in de prijs als je bijvoorbeeld melk of kaas koopt. Noodgedwongen is in Nederland van oudsher veel aandacht voor doelmatig waterbeheer van veenweiden. Het behoud van zeer karakteristieke verkavelingspatronen, waterlopen, openheid en veenpakketten is op provinciaal niveau – recent - geregeld, maar op gemeentelijk niveau nog vrijwel niet. Overige specifieke aandachtspunten binnen het Nederlandse veenweidebeheer in het algemeen zijn: bevordering van het karakteristieke beeld van de koe in de wei en (wettelijke) bescherming van weidevogels en dorpsgezichten.

Duitsland: Teufelsmoor en Eider-Treene-Sorge Gebiet

In de twee onderzochte Duitse gebieden wordt relatief veel ingezet op natuurontwikkeling: ‘Renaturierung’ van de verveende (ontgraven) gebieden. Het beleid richt zich op het ontwikkelen van kerngebieden met hoge natuurwaarden, met vooral aandacht voor herstel van verschillende gradiënten van moerasnatuur en het veenpakket. Regionale overheden streven naar een nauwe samenwerking met eigenaren en gebruikers van veengebieden (onder meer boeren en jagers). Aan de randen zetten de Duitsers in op wandel-, fiets- en kanotoerisme, en behoud van de kavelstructuur. Cultuurhistorische aspecten van het Teufelsmoor worden toeristisch gewaardeerd en daardoor beschermd, echter vrijwel zonder dat dit in wetgeving is vastgelegd.

landschapsfoto van Graignes-Mesnil-Angot, Normandië
Graignes-Mesnil-Angot, Normandië

Frankrijk: Les Marais du Cotentin et du Bessin

In Frankrijk komt het beheerbeleid tot stand via een bottom-up benadering. De boeren en ondernemers in de toeristische sector spelen een sleutelrol. Er is een vanzelfsprekende bescherming van immaterieel erfgoed, met een focus op de traditionele agrarische praktijk en streekgoederen. Het cultuurlandschap heeft geen speciale beschermde status. Op sommige locaties worden nieuwe vormen van beheer getest, zoals het langdurig onderwater zetten van weiden met oude grassoorten, die beter bestand zijn tegen inundatie dan Engels raaigras. Opvallend is dat de opbrengst van deze weiden groter lijkt te zijn dan die van de buurgebieden. Op sommige locaties vindt nog turfafgraving plaats, maar het protest ertegen groeit, vanwege het risico op verzakkingen van de dorpen ernaast.

Engeland: Somerset Levels and Moors

Natuurorganisaties kopen de gebieden die vrijkomen na turfwinning en op dat moment relatief goedkoop zijn. Ze staken de ontwatering, zodat in diepe petgaten veenplassen ontstaan. Het veenpakket en de archeologie zijn dan natuurlijk al beschadigd, maar het veenpakket kan weer heel langzaam gaan groeien. Het landschap (ook archeologie) wordt leesbaar met uitkijkpunten en andere informatievoorziening, vaak ondersteund door middel van crowdfunding. De gebieden zijn van oudsher goed toegankelijk voor wandelaars vanwege het algemene recht van overpad. De landschapskarakterisering als National Character Area, inclusief cijfers van landbouworganisaties en waterbeheerders, is opvallend informatief en publiekstoegankelijk. Waterbeheerders willen graag werken aan de verbetering van zowel de waterkwantiteit als de waterkwaliteit (o.a. door stimulering van een hoger waterpeil in agrarische gebieden). Het politieke draagvlak ontbreekt echter, omdat de veenweidegebieden zelf nauwelijks bewoond worden.

Aanbevelingen

Om duurzaam beheer van veen en weiden zoveel mogelijk te realiseren komen uit het onderzoek de volgende aanbevelingen naar voren:

  • Voeg aan de veenlandschappen extra economische waarde, biodiversiteit en nieuwe kwaliteit toe (bijvoorbeeld in het kader van klimaatadaptatie en energietransitie) en behoud daarmee het dynamische karakter van het landschap.
  • Realiseer samen met de Franse, Duitse en Engelse veenweidegebieden een behoorlijke reductie van bodemdaling en CO2-uitstoot door het opzetten van het waterpeil, en deel dat succes met burgers en verantwoordelijke overheden.
  • Zorg er als overheid voor dat de kosten en baten goed verdeeld zijn. Implementeer een systeem waarbij de (eind)gebruiker betaalt, voor bijvoorbeeld CO2-uitstoot.
  • Zorg dicht bij de stad voor verbindingen met veengebieden.
  • Volg het Duitse voorbeeld om meer te investeren in nieuwe natuur. Creëer bijzondere plekken en ervaringscentra en zorg voor toegankelijkheid en bereikbaarheid.
  • Volg het Nederlandse voorbeeld (en de eerdere Duitse experimenten) om boeren op verschillende manieren te laten innoveren met behoud van de veenpakketten, bijvoorbeeld met natte akkerbouw.
  • Volg het Franse voorbeeld wat betreft het bottom-up proces, gesteund door de overheid. Dit zorgt voor de gewenste participatie en het broodnodige draagvlak.
  • Volg ook het Franse voorbeeld (en het vroegere Nederlandse gebruik) om sommige veenweiden in de winter en lente langdurig onder water te houden en daarmee zomerse uitdroging te verminderen (helaas is dit niet voldoende om uitdroging geheel te voorkomen).
  • Volg het Engelse voorbeeld wat betreft aandacht voor landschapstoerisme: het recht van overpad en een complete, publiekstoegankelijke landschapskarakterisering.
  • Zorg dat het verhaal over cultuurhistorie ook op andere tafels terecht komt en dat het meelift met bijvoorbeeld het verhaal over bodemdaling, (regionale en nationale) omgevingsvisies, landschappelijke kwaliteit, voedseltransitie en energietransitie.
  • Zet niet alleen in op weidebeheer. Diversiteit in vormen van beheer, een kleurrijk palet, biedt meer basis voor biodiversiteit, een gezonde landbouw en rijkdom in beleving.