Landschap als economische motor

Een aantrekkelijk landschap trekt mensen aan. Hoe kunnen de kwaliteiten van een (stedelijk) landschap worden ingezet als economische impuls? Vijf mogelijkheden om landschap te gebruiken als economische impuls.

Hanteer een integrale aanpak

Te vaak wordt het landschap gezien als iets dat ‘gecompenseerd’ of ‘ingepast’ moet worden. In de publicatie 'Blind spot' (in 2016 uitgegeven door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en andere organisaties) wordt een andere aanvliegroute bepleit: zet het landschap in als troef om de kwaliteit van een regio op de kaart te zetten. De tien onderzochte metropoolregio’s hebben hun handen vol aan urgente kwesties zoals klimaatverandering, watermanagement en energietransitie. Het landschap staat niet per definitie hoog op de ruimtelijke agenda. Daarom moet het niet als aparte opgave worden beschouwd; de identiteit van een landschap kan worden ingezet als inspiratiebron voor grote ruimtelijke projecten, bijvoorbeeld bij het terugbrengen van overstromingsrisico’s (Rio de Janeiro, Toronto) en het hergebruik van leegstaande historische gebouwen en industrieel erfgoed (Taipei, Londen en Rhein-Ruhr).

Benadruk bestaande kwaliteiten

Landschappen waar mensen zich aan gaan hechten en zich thuis voelen zijn vaak gegroeid over een eeuwenlange tijdspanne. Het is niet eenvoudig om een gevoel van identiteit, hechting en thuisgevoel kunstmatig vanuit het niets te creëren. Bij vestigingsstrategieën van regio’s is het dan ook de kunst om de kwaliteit niet toe te willen voegen, maar om juist de kracht van de locatie te ontdekken, vast te houden en te versterken. Hetzelfde geldt voor de mensen en bedrijven die op een gebied afkomen. Houd de kennis vast die er is. Het is voor de Deltametropool zinloos om Londen te willen beconcurreren als middelpunt van de financiële wereld. Het is beter om in te zetten op de bedrijven en de kennis die er wel zijn.

Sla een brug tussen het publiek, regionale en lokale beleidsmakers

In tegenstelling tot Toronto, Parijs, Londen en Taipei heeft de Deltametropool niet één centraal bestuur, maar ongeveer tweehonderd. Het Rijk, provincies en gemeenten hebben allemaal andere verantwoordelijkheden. Versnippering ligt dan op de loer. Een oplossing wordt geopperd in de Belgische ontwerpstudie Metropolitan Landscapes. Hierin wordt voorgesteld om een urban curator aan te stellen die een brug kan slaan tussen landelijke en regionale beleidsmakers, bedrijven en betrokkenen. Zo kunnen plannen voor ruimtelijke ordening op grote schaal worden ontwikkeld zonder de lokale kwaliteiten en belangen uit het oog te verliezen.

Denk grootschalig(er)

Dat Nederland een klein land is, is geen reden om kleinschalig te denken. Voor iemand die uit Amerika komt en flinke reisafstanden gewend is, stelt een uur in de trein niets voor. Regio’s moeten elkaar dan ook niet beconcurreren, maar elkaars kwaliteiten versterken. Een voorbeeld is Rhein-Ruhr: dit gebied bestaat uit twee grotendeels los van elkaar functionerende regio’s. Behalve als het gaat om onderwerpen die het lokale belang overstijgen, zoals kennisinfrastructuur en het tot stand brengen van een aantrekkelijk landschap; dan wordt er nauw samengewerkt. Een dergelijk model is voor Nederland ook denkbaar. Zo kunnen de Friese meren worden ingezet als marketingmiddel om de aantrekkelijkheid van Utrecht en Amsterdam te vergroten.

Investeer in goede verbindingsroutes

Goede verbindingsroutes tussen stad en land blijken onmisbaar. Het gaat dan vooral om recreatieve wandel- en fietsnetwerken die cultureel erfgoed ontsluiten en mensen verleiden om in beweging te komen. Daarnaast is een nieuw fenomeen in opkomst: de fietssnelweg waar forenzen op hun e-bike naar het werk kunnen sprinten. De Deltametropool is internationaal voorloper in deze ontwikkeling, met een omvangrijk netwerk aan fiets- en wandelpaden. Andere metropoolregio’s nemen steeds vaker de bestaande infrastructuur onder handen door te investeren in ruimte voor wandel- en fietsverkeer. Ook is er steeds meer aandacht voor de manier waarop snelwegen en steden samengaan. Woonwijken nabij ringwegen zijn meestal niet de meest aantrekkelijke plekken. Door snelwegen te overkappen (Madrid en Hamburg) worden nieuwe aantrekkelijke groene plekken gecreëerd. Hiermee kunnen hele wijken uit het slop worden getrokken.

Blind spot

In de publicatie Blind spot wordt onderzocht hoe landschappelijke kwaliteit kan worden ingezet als economische motor door tien metropoolregio’s met elkaar te vergelijken: Rhein-Ruhr, Londen, Toronto, Rio de Janeiro, San Francisco, Parijs, Johannesburg, Milaan, Taipei en de Nederlandse Deltametropool. Hoe verschillend ook, uit deze vergelijking komen enkele delers naar voren. Dat leidde tot aanbevelingen waar beleidsmakers en het bedrijfsleven hun voordeel mee kunnen doen. De komende tijd probeert het projectteam van Blind Spot met enkele regio’s in Nederland deze aanbevelingen in de praktijk te brengen.