Landschapsatlas Oosterschelde

De landschapsatlas Oosterschelde beschrijft de rijke historie en de totstandkoming van de zeearm. Deze atlas is een inspiratiebron voor bestuurders, planologen en ontwerpers die te maken hebben met ruimtelijke opgaven. Daarnaast is de atlas geschikt voor iedereen die geïnteresseerd is in de Oosterschelde en waterbouwkundige kennis. Er worden voorbeelden uit het verleden aangehaald en vertaald naar hedendaagse en toekomstige opgaven. Deze voorbeelden bieden een handvat voor het omgaan met ruimtelijke opgaven zonder de cultuurhistorische waarden te vergeten. De atlas helpt bij het krijgen van draagvlak voor kwaliteitsvolle, noodzakelijke, ruimtelijke ingrepen, waarbij cultuurhistorische kennis een voordeel is. Daarnaast is de landschapsatlas een inspiratiebron die zeer goed gebruikt kan worden bij de Gebiedsagenda voor de Zuidwestelijke Delta.

Vijf episodes

De atlas neemt ons mee naar het verleden, een verleden waarin de mens in wisselwerking met de natuur zijn waterbouwkundige kennis heeft opgedaan en verder heeft ontwikkeld. Van de stormvloeden en rampen in de vroege middeleeuwen, tot de Ramp van 1953 en de moderne Nederlandse waterbouw. Maar ook de ecologie in combinatie met de waterbouw komen aan bod. Hoe ecologische inzichten uit de jaren zestig ertoe hebben geleid dat er een levendig getijdenlandschap met grote ecologische potentie aanwezig bleef in de Oosterschelde.

De atlas zal stil staan bij vijf episodes die grote veranderingen hebben teweeggebracht in de Oosterschelde.

  • Episode 1: na de prehistorie en Romeinse Tijd.
    De menselijke invloed op het landschap is nog gering. Romeinse en Karolingische handelssteden waren belangrijke overslagplaatsen van de riviervaart op de zeevaart.
  • Episode 2: Stormvloeden en rampen, vanaf vroege middeleeuwen tot in de zestiende eeuw.
    Middeleeuwse handelsplaatsen zijn tot bloei gekomen. Onder het mom van landaanwinning wordt er begonnen met bedijkingen, ontginningen en zout- en veenwinning, met als gevolg de daarmee gepaarde bodemdaling en klei afgravingen.
  • Episode 3: moderne Nederlandse waterbouw, tot en met de Ramp van 1953.
    De moderne Nederlandse waterbouw begint in het midden van de zestiende eeuw haar vorm te krijgen. In deze periode wordt er vol ingezet op grootschalige (her)inpoldering, dit leidt tot nieuwe grootschalige landschappen. Economische malaise, zuinigheid bij de rijksoverheid en een verbrokkelde waterschapsorganisatie spelen uiteindelijk een rol in de Ramp van 1953.
  • Episode 4: ecologie en waterbouw vinden elkaar vanaf de jaren zestig.
    Sinds de tweede helft van de jaren zestig ontstaan er ecologische inzichten, deze inzichten zorgen er uiteindelijk voor dat de Oosterschelde een openkering wordt. Er ontstaat aandacht voor natuurwaarden in zowel het onder- als bovenwatermilieu. Er wordt steeds meer ingezet op het betrekken van natuurlijke processen om de veiligheid te vergroten en de ecologische waarden veilig te stellen bij de waterbouw.
  • Episode 5: de toekomst, een nieuw verbond tussen ecologie en economie?
    Toekomstige veranderingen worden vaak gestart vanuit het bevorderen van de veiligheid en economische activiteiten. In een waardevol gebied as de Oosterschelde vraagt dit om zorgvuldige begeleiding en vormgeving. De cultuurhistorische waarden worden steeds vaker meegenomen in toekomstige projecten. De atlas benadrukt het belang van deze cultuurhistorische waarden bij toekomstige ruimtelijke opgaven.

Daarnaast komen vijf cruciale bouwers van het landschap aan de orde. Alle vijf zijn ze met de beperkte kennis en techniek uit hun tijd aan de slag gegaan met de ruimtelijke opgaven van toen en hebben zich in dienst gesteld van de gemeenschap.