Blog: Modern boeren met streekeigen kenmerken

24 januari 2018

Ten noorden van de A7 in het gebied dat we Westerkwartier noemen, ligt het “Ravijn van Boerakker”, een oud stroomdalletje dat archeologisch gezien al veel vondsten heeft opgeleverd. Blijkbaar willen Groningers het gemis aan reliëf compenseren door het geven van poëtische namen aan plekken in hun landschap, want elders in de provincie ligt ook de Braamberg (8 meter) en de Hassenberg (11 meter). Spectaculair is het landschap zeker, maar niet vanwege diepe ravijnen. Het zijn de vele elzensingels, die het landschap hier een bijzonder aanzien geven. Dus smalle rijen bomen en struiken langs een greppel of sloot, die voornamelijk bestaat uit elzen. Samen met de Friese Wouden is dit het grootste aaneengesloten elzensingellandschap dat we in Nederland kennen, cultuurhistorisch hoog gewaardeerd. Maar ook een landschap dat voortdurend onder druk staat, omdat de landbouw als drager van het landschap een grote dynamiek kent. Kunnen we de landbouw als drager van het cultuurhistorisch erfgoed aanspreken?

Elzensingels zijn landschapselementen die horen bij het historisch gebruik van het landschap. De akkers en weilanden lagen als een mozaïek bij elkaar. Elzensingels zorgden ervoor dat het vee niet op de akkers kwam. Daarom werden greppels met elzensingels als perceelscheiding gebruikt. De singels leverden brand- en geriefhout, waaraan in het gemengde bedrijf grote behoefte was. Omdat er meerdere toepassingen waren, voerden de boeren een uitgekiend hakhoutbeheer. In het gebied zijn hierdoor elzensingels van alle leeftijdsklassen aanwezig, van recent gekapt tot aan de oogstbare leeftijd van 20 tot 25 jaar.

Tegenwoordig zijn de elzensingels voor de moderne boer wat in onbruik geraakt. Prikkeldraad heeft de rol van veekering overgenomen, wat de boer veel tijd en geld bespaart. Bomen in singels en op wallen worden nu uit cultuurhistorisch perspectief gewaardeerd, en er wordt vanuit natuurbeheer inzet gepleegd (agrarisch natuurbeheer). Vergeten wordt dat de singels ook voor de huidige landbouw van nut kunnen zijn. Denk bijvoorbeeld aan plaagbestrijding, biodiversiteit , invang van fijnstof, biomassa en windvang (vasthouden van organische stof). Hierbij moet wel gewaakt worden voor een recht-toe-recht-aan beheer, waarbij regionale diversiteit en verschillen in leeftijd van bomen verdwijnen.

Dit cultuurhistorisch beheer van landbouwgebieden vraagt specifieke kennis, die aanwezig is bij tal van mensen en organisaties, zoals bij provinciale organisaties Landschapsbeheer. Maar er is ook behoefte aan geld. Dit komt deels uit het Europees Landbouwbeleid (GLB), dat onder de term ‘vergroening’ maatregelen ondersteunt voor een meer ecologisch beheer van agrarisch landschap. Hierin speelt de provincie ook een belangrijke rol. En uiteraard de agrarische collectieven, die invulling geven aan het daadwerkelijke beleid om landbouw en natuur (lees hier vooral ook landschap en erfgoed) te verbinden. Als OCW hebben we dit Europees geagendeerd via de publicatie Farming the historic landscape. De recente berichtgeving over het Europees landbouwbeleid waarin een grotere rol wordt toebedeeld aan de nationale overheden stemt positief. Binnen Nederland lijkt voldoende draagvlak aanwezig om de grondgebonden landbouw op een andere manier vorm te geven. Hoopvolle berichten dus voor de elzensingels in het Westerkwartier.

Henk Baas