Cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplan

24 november 2017

Op 8 november 2017 is er een uitspraak gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze uitspraak ging over de reikwijdte van het cultuurhistorische onderzoek dat een gemeenteraad moet verrichten bij het vaststellen van een bestemmingsplan.

Sinds 1 januari 2012 is het wettelijk vastgesteld dat een bestemmingsplan moet voldoen aan een aantal criteria. Een van deze criteria is dat een bestemmingsplan een beschrijving moet bevatten van de wijze waarop er rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige monumenten. We spreken over cultuurhistorische waarden wanneer er een positieve waardering van sporen, objecten, patronen en structuren zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving.

Gemeenten moeten aan de hand van deze beschrijving een analyse verrichten van de cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplangebied. Hieruit moeten conclusies voortvloeien die in het bestemmingsplan terecht komen. Op deze efficiënte manier wordt er waarde toegekend aan het belang van cultuurhistorie via het proces van ruimtelijke ordening. Dit zorgt ervoor dat de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten afneemt.

Casus

Tijdens het proces tussen verweerder en gemeente stelde de verweerder dat de analyse van de cultuurhistorische waarden uit het bestemmingsplan niet voldeed aan de criteria. Volgens de verweerder had de gemeenteraad zich ten onrechte beperkt tot een gedeelte van het plangebied. Namelijk, de historische linten en een aantal mogelijke beschermde monumenten. Terwijl er in de rest van het plangebied ook cultuurhistorische waardevolle objecten aanwezig waren. Het leek de verweerder logisch dat ook deze objecten meegenomen diende te worden in het bestemmingsplan om de cultuurhistorische waarden van deze objecten te beschermen.

Uitspraak

Tijdens een tussenuitspraak op 26 april 2017 vond de Afdeling bestuursrechtspraak dat de gemeenteraad verplicht was om voor het gehele plangebied te beschrijven op welke manier er rekening werd gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Door zich in het bestemmingsplan te beperken tot een gedeelte van het gebied was het bestemmingsplan opgesteld in strijd met het wetsbesluit ruimtelijke ordening. Na de tussenuitspraak kreeg de gemeente een herstelmogelijkheid om alsnog een volledig cultuurhistorisch onderzoek te verrichten. Hier maakte de gemeenteraad echter geen gebruik van wat resulteerde in een zware sanctie. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de vaststelling van het gehele bestemmingsplan.

Cultuurhistorisch onderzoek

Het is voor gemeenten dus handig om bij het opstellen van bestemmingsplannen om op de juiste manier cultuurhistorisch onderzoek te doen. Hiervoor kan er gebruik gemaakt worden van de brochure ‘’Cultuurhistorisch onderzoek in de vormgeving van de ruimtelijke ordening’’. De richtlijnen in deze brochure sluiten aan bij de rijke onderzoekspraktijk die de laatste jaren in Nederland tot stand is gekomen. Er is dan ook niet gekozen voor de beschrijving van één specifieke werkwijze. De nadruk ligt op een beschrijving van de diverse factoren die van invloed zijn op de kwaliteit van het onderzoek.