Rhenen

Door de felle gevechten rond de Grebbeberg in de eerste dagen van de invasie van de Duitse troepen in Nederland raakte Rhenen zwaar beschadigd. De Rhenenaars waren op de eerste dag van de Duitse inval veelal per kolenboot geëvacueerd. Toen zij vanaf 22 mei terugkeerden waren 162 woningen geheel verwoest en ruim 1000 beschadigd. De in restauratie zijnde Cuneratoren was vrijwel onbeschadigd gebleven.

Pas in augustus 1941 was al het puin geruimd en in de loop van 1942 hadden alle bewoners van Rhenen weer een dak boven hun hoofd. De eerste wederopbouwplannen uit 1940 stelden diverse verbeteringen voor: een haven met industrieterrein en ook moest Rhenen aantrekkelijker worden voor toerisme. Daarnaast beoogde de gemeente ook voor het niet getroffen, zuidelijk deel van de stadskern belangrijke sociaal-economische verbeteringen.  Na de Slag om Arnhem op 17 september 1944 kwam Rhenen opnieuw onder vuur te liggen tot de capitulatie in mei 1945, nu door de geallieerden. Vooral het zuidelijk deel van de stad en ook de Cuneratoren werden getroffen. 

Het afbakenen van de historische stad is tot op heden beleefbaar. Doordat de uiterwaarden van de Nederrijn nog altijd onbebouwd zijn, dragen ze als groene en open buffer bij aan de belevingswaarde van Rhenen. De binnenstad heeft grotendeels haar wederopbouwkarakter behouden, omdat er weinig ernstige verstoringen hebben plaats gevonden.