Biografie van de winkelstraat

Winkels, en soms hele straten, komen leeg te staan. Gemeenten proberen dat op te lossen door nieuwe winkels naar de panden te trekken. Een goed functionerende winkelstraat biedt immers sfeer en beleving. Erfgoed kan daaraan bijdragen. Daarmee wordt het inzetten op erfgoed een economische strategie.

Om leeglopende winkelstraten te revitaliseren is ‘vullen met retail’ niet voldoende. Voor succes moet er nog een stap vóór worden gezet, namelijk door per situatie te kijken of de functie van winkelstraat wel de beste optie is. Uit de cultuurhistorische analyse van leegstandsgebieden blijkt dat een gebied lang niet altijd historisch een winkelgebied is geweest. Gemeenten moeten zich ervan bewust worden dat het mogelijk is een winkelstraat een andere bestemming te geven, bijvoorbeeld door de bestemming te veranderen. Zo kan een winkelstraat veranderen naar een woonstraat of transformeren tot een culturele broedplaats.

Om te bepalen wat voor nieuwe functie een oude winkelstraat zou kunnen krijgen, is het belangrijk om de ‘biografie’ van een winkelstraat te kennen. Hoe heeft de straat zich tot winkelstraat ontwikkeld? Waarom loopt die winkelstraat nu leeg? En welke functie zou de winkelstraat vanuit cultuurhistorisch oogpunt kunnen krijgen? Hierbij is er ook oog voor de beleving en sfeer van een straat. Cultuurhistorisch besef kan bijdragen aan het veranderen van een winkellandschap van ‘place to buy’ naar ‘place to be’.

Een van de onderdelen van een biografie kan een cultuurhistorische analyse zijn. In bijvoorbeeld Hoensbroek was de leegstand van winkels direct terug te leiden tot het sluiten van de lokale mijn. De winkelstraat leidde oorspronkelijk rechtstreeks naar de hoofdingang van de mijn. Na het sluiten van de mijn werd een belangrijke routing doorbroken.  Erfgoed kan hier ingezet worden als voedingsbodem voor nieuw beleid en nieuwe strategieën.

Er bestaan al verschillende plaatsen die de biografie van een gebied actief inzetten om de leegstand te keren: denk aan Wyck in Maastricht of de negen straatjes in Amsterdam. Beide gebieden zijn voorbeeld van de manier waarop de achteruitgang van een gebied succesvol is gekeerd.