Erfgoed smaakmaker voor stedelijke transformatie met kwaliteit

Binnenstedelijke gebiedstransities versnellen en opschalen is noodzakelijk om de omvangrijke woningopgave te beantwoorden. Maar wat is de beste aanpak? Tijdens het eerste jaarcongres op 22 februari gingen 400 deelnemers samen aan de slag. Gemeenten, marktpartijen en rijksoverheid zochten in themasessies samen naar oplossingen voor de woningbouwopgave van 1 miljoen. De gemeente Deventer, We Love The City en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed lieten aan de hand van project Havenkwartier Deventer zien dat het kan en mét kwaliteit.

Op het oude industrieterrein Havenkwartier in Deventer wordt geëxperimenteerd met de openbare ruimte en een ongewoon bestemmingsplan. Het Havenkwartier bestaat inmiddels bijna 100 jaar. Wat eens als ambitieus plan begon met het graven van enkele havenarmen in een buitendijks weidegebied, is nu een creatieve hotspot op loopafstand van de binnenstad. Landelijk gezien is het een voorbeeld van succesvolle uitnodigingsplanologie. De afgelopen eeuw toont een interessante geschiedenis over de opkomst en teloorgang van haven gebonden industrie. De enige constante factor in die 100 jaar is de haven als ankerpunt met zijn karakteristieke Zwarte en Grijze Silo die de locatie van het havenkwartier van verre als een landmark markeren. Een gebied met een hoofdstructuur waar mensen steeds iets voor eigen gebruik gedaan hebben en dat mensen zijn blijven waarderen.

Herontwikkeling gebied

Met de terugloop van het transport via de binnenvaart en de economische malaise verloor het Havenkwartier in de jaren 70 zijn functie. De gemeente Deventer ontwikkelde in het begin van de 21e eeuw een ambitieus masterplan voor de herontwikkeling van het Havenkwartier. De uitvoering van het masterplan stagneerde. De grote hoeveelheid woningen dreigden een probleem te vormen voor de omliggende industrie. Daardoor bleek het plan niet haalbaar. Hierdoor ontstond ook ruimte voor nieuwe kansen.

Naast de incidentele acties van enkele creatieven om tijdelijk ruimte te huren in het Havenkwartier, kwam het gebied in 2004 door een kunstmanifestatie volop in de belangstelling te staan. Duizenden mensen ontdekten in enkele weken tijd het Havenkwartier. In 2005 lukte het met een substantiële bijdrage vanuit gemeente en provincie om het Havenkwartier voor vijf jaar een andere bestemming te geven: als informele werk- en experimenteerplek voor kunstenaars en andere creatieve ondernemers. Het Havenkwartier had een aantrekkingskracht op steeds meer mensen. Ook bestuurders volgden de ontwikkelingen vol belangstelling. In 2006 verdween het oude masterplan in de prullenbak. Er was een geheel nieuwe strategie nodig, waarbij veel meer werd uitgegaan van de kwaliteiten die nu al in het gebied aanwezig waren: zowel de karakteristieke gebouwen die er staan, als de energie die er bij de mensen zat. En cultuur bleek hierin een kansrijke drager te zijn.

Open planvorming

Stedenbouwkundige Andries Geerse kwam op uitnodiging van de gemeente met een vernieuwende aanpak. Durf als gemeente je verlies te nemen en gun het gebied te tijd om zich te ontwikkelen. Een gebied vol karakter bouw je niet in één dag. Karakter moet groeien. Naar zijn smaak is een stedenbouwkundig proces per definitie ook een open planvormingsproces dat vertrouwt op lokaal eigenaarschap. Hij betrok maar liefst driehonderd partijen bij de ontwikkeling van het gebied. In één klap werd er een heel andere visie voor het Havenkwartier omarmd: één die ruimte biedt voor ondernemers, horeca, kunst en cultuur en ‘stoer wonen’. En die de beroepshaven in bedrijf houdt. Het Havenkwartier kreeg een nieuwe gebiedsidentiteit: ‘Poor but Sexy’, naar het motto van het hippe, maar arme Berlijn.

Flexibele kaders

De aanpak betekende overigens niet dat de gemeente Deventer alle touwtjes uit handen gaf. Die zette een scala aan instrumenten in om het open proces te begeleiden, waaronder een inspirerend strategisch plan, een verleidend beeldkwaliteitsplan en een flexibel bestemmingsplan. De gemeente investeerde in de basisinfrastructuur en ondernemers werd de gelegenheid geboden om voor eigen gebruik te bouwen. Initiatieven worden vooral aan de ontwikkelrichting van het gebied getoetst. Gebruiken ze industrieel erfgoed als inspiratiebron? Is werken minstens zo belangrijk als wonen? En versterkt het initiatief de centrumfunctie van het havenkwartier? Kunst is daarbij wel om de beoogde kwaliteit en investering voor nieuwe gebruikers in evenwicht te laten zijn met elkaar.

Lokaal eigenaarschap

Sinds 2014 is in volle omvang te zien wat die koerswijziging heeft opgeleverd. In een jaar tijd groeide het aantal regionale ondernemers van ruim 20 naar ruim 80, panden werden aangekocht en verbouwd, nieuwe horecaondernemers vestigen zich, zelf- en samenbouwers zorgen voor onderscheidende architectuur en bewoning. De één-kamerhotels van Lucy in the Sky zorgen voor wereldwijde media-aandacht. Ook de regie over het gebied heeft een flinke verschuiving doorgemaakt: van de gemeente die in de lead was, naar de bewoners/gebruikers van het Havenkwartier. Er is een veelkleurig, maar hecht gezelschap ontstaan dat zich eigenaar voelt en nog steeds groeit. Met één duidelijke gemeenschappelijke deler: een bewuste keuze voor de identiteit van het Havenkwartier en een enorme inzet om gezamenlijk het gebied tot een succes te maken.

Identiteit als katalysator

Bij binnenstedelijke gebiedstransformaties speelt cultuurhistorie vaak alleen een rol als er erfgoed in het geding is. Het tijdig meenemen van cultuurhistorische randvoorwaarden kan bijdragen aan het risicomanagement van een project. Maar er is dus meer mogelijk. Door de ontstaansgeschiedenis van een gebied goed te gebruiken in de visie en het ontwerp ontstaan er aantrekkelijke ruimtelijke oplossingen. Die zorgen voor een uniek karakter en dragen bij aan de leefbaarheid van het gebied. Ook kan deze benadering transformaties versnellen, omdat de identiteit van de stad een integrale blik biedt op de ontwikkeling van een gebied en daarmee de verschillende deelbelangen overstijgt. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed stimuleert steden daarom bij transformatieprojecten het karakter van hun stad in te zetten als katalysator in visieontwikkeling en ontwerp met betrokkenen.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werkt hiervoor samen met Platform 31 in het programma Stedelijke Transformatie om erfgoed als katalysator voor gebiedsontwikkeling op de agenda te plaatsen en dit bij een aantal transformatieprojecten toe te passen.

Meer informatie

Het eerste jaarcongres is een initiatief van het programma Stedelijke Transformatie. Overheden, marktpartijen en kennisinstellingen bundelen hierin de krachten om de transformatie te intensiveren, de problemen te doorgronden en op te lossen en deze te delen. Check hier de resultaten van het congres. De ontwikkelingen in het Havenkwartier Deventer zijn te volgen via www.havenkwartierdeventer.com.

Bijlagen: