Toetsingskaders

Het toetsingskader voor het al dan niet afgeven van een omgevingsvergunning verschilt per aspect van het cultureel erfgoed.

Hieronder worden de verschillende mogelijkheden beschreven. Ook is opgenomen welke instantie kan optreden als adviseur.

1. Gebouwde monumenten

Rijksmonument

In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is bepaald dat de omgevingsvergunning met betrekking tot een rijksmonument alleen kan worden verleend als het niet tegen het belang van de monumentenzorg ingaat. Uitgangspunt zijn de monumentale waarden van het rijksmonument. Maar ook het belang van de aanvrager, het belang van derden en het gebruik van het monument wegen mee.

Het bevoegd gezag is verplicht om advies te vragen bij:

Gemeentelijke en provinciale monumenten

Het toetsingskader voor gemeentelijke en provinciale monumenten is de gemeentelijke (lokale) of provinciale erfgoedverordening. In de verordening is opgenomen wie als adviseur van het bevoegd gezag is aangewezen.

2. Beschermde stads- en dorpsgezichten

Beschermde stads- en dorpsgezichten zijn vastgelegd in het bestemmingsplan. Afwijken van het bestemmingsplan is mogelijk, mits voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. In deze onderbouwing wordt cultuurhistorie expliciet gewaarborgd door een beschrijving te geven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige of te verwachten cultuurhistorische waarden rekening wordt gehouden.

Bij afwijken van het bestemmingsplan kan het bevoegd gezag advies vragen bij:

  • Een Monumentencommissie of Commissie ruimtelijke kwaliteit (commissie waarin welstandscommissie en monumentencommissie zijn geïntegreerd)
  • In het geval van stedenbouwkundige ontwikkelingen die gepaard gaan met schaal- en/of structuurverandering of verandering van de specifieke stedenbouwkundige kenmerken, kan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ingeschakeld worden om te adviseren. Schakel de Rijksdienst het liefst zo vroeg mogelijk tijdens de planvorming in.

3. Archeologische monumenten

Voor provinciale en gemeentelijke archeologische monumenten geldt de omgevingsvergunning. De vergunningaanvraag wordt getoetst aan de provinciale of gemeentelijke verordening. Voor archeologische monumenten is een monumentenvergunning nodig die bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kan worden aangevraagd. Bij de vergunningverlening vindt een belangenafweging plaats. De monumentale waarden van het rijksmonument zijn leidend. Maar ook het belang van de aanvrager, dat van derden en het gebruik van het monument wegen mee. De wijze waarop de Rijksdienst een vergunningaanvraag voor een archeologisch rijksmonument beoordeelt en hoe een besluit tot stand komt, is vastgelegd in het document Behandelen vergunningaanvragen archeologische monumenten (pdf 0,9 mb) Deze beleidsnotitie kan ook handvatten bieden voor de gemeente.

Ook wanneer voorgenomen activiteiten niet direct worden uitgevoerd rondom of aan een (archeologisch) monument of beschermd gezicht is het aspect cultureel erfgoed van belang voor een afweging. Dit geldt bijvoorbeeld voor de omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan en voor de omgevingsvergunning voor bouwen.

4. Omgevingsvergunningen voor afwijken van het Bestemmingsplan

Afwijken van het bestemmingsplan is mogelijk, mits voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. In deze onderbouwing wordt cultuurhistorie expliciet gewaarborgd door een beschrijving te geven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige of te verwachten cultuurhistorische waarden rekening wordt gehouden. De ruimtelijke onderbouwing wordt getoetst door het bevoegd gezag. Voor een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing dient de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) af te geven en kan ze bepalen of er eventueel voorschriften aan de omgevingsvergunning worden toegevoegd.

5. Omgevingsvergunning voor bouw, aanleg, gebruiks- en/of sloopactiviteit

Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor bouwen wordt de aanvraag getoetst aan het bestemmingsplan, het bouwbesluit, de bouwverordening en aan de eisen van welstand. De eisen van welstand zijn aangegeven in de Woningwet en de gemeentelijke Welstandsnota.