Kaart waterberging biedt historische oplossingen

Veel water tijdens piekbuien en een tekort van schoon, zoetwater tijdens periodes van droogte; in Nederland staan we al eeuwenlang voor de opgave om zo goed mogelijk met ons water om te gaan. Juist omdat we dat al zolang doen, zijn overal in Nederland restanten te vinden van watersystemen en waterbergingsmethoden. Sommige zijn in onbruik geraakt, of functioneren niet meer door ingrepen in het systeem. Maar wie goed naar deze cultuurhistorische oplossingen kijkt, kan hierin inspiratie vinden voor hoe we water bergen bij piekbelasting en hoe we dat  kunnen inzetten bij schaarste.

Plekken waar vroeger het water werd opgevangen en bewaard maken altijd deel uit van (oude) watersystemen. Dat lijkt logisch, maar doordat er de afgelopen eeuwen veel is gewerkt aan het rechttrekken van waterlopen – zodat het water sneller wegstroomt– herkennen we ze vaak niet meer of zijn de verbindingen verdwenen. Waar onderdelen van deze watersystemen als overlaten, inundatiegebieden en watermolensystemen met beken of sprengen, schutjes en sluizen te vinden zijn of waren, is terug te vinden op deze kaart.

Nederland Waterland kaart waterberging

Watermolensystemen  

Watermolens werden voor zover bekend vanaf de 12e eeuw aangelegd in beken, waarbij een deel van de beek werd omgeleid of opgeleid om het water in bijvoorbeeld een spaarbekken (molenvijver) op te vangen.

Door een sluisje of de schutten open te zetten, kon een bepaalde hoeveelheid water gebruikt worden om het waterrad aan te drijven, waardoor de molen er graan of andere producten mee kon malen. In feite het gebruik van waterkracht als energiebron. Omdat de molenaar nu niet meer afhankelijk is van dit soort energiebronnen, kan een dergelijk watermolensysteem een andere functie krijgen. Denk daarbij aan het opvangen en bergen van water bovenstrooms.

Dichter bij zee vinden we een soortgelijk systeem, de getijdenmolen, met spuikommen. Een spuikom bestaat uit bassins of polders die in verbinding staan met een haven. Bij vloed liet men ze vollopen; bij laagwater werd de sluis opengezet en kon door de waterkracht een watermolen draaien. Ook werd door de krachtige uitstroom de haven op diepte gehouden. Dit is de voorloper van een getijdencentrale.

Door spuikommen weer open te graven, kunnen zij weer ingezet worden voor de opvang van overtollig water en mogelijk ook om energie op te wekken.

Sprengenbeken

Rondom de Veluwe vinden we restanten van watermolens in sprengen. Deze geheel door de mens aangelegde watersystemen waren speciaal om energie op te wekken voor de papierindustrie en wasserijen. In totaal was deze streek ruim 200 watermolens rijk. Onder invloed van de industriële revolutie raakten de watermolens begin 20e eeuw in onbruik en werd het sprengensysteem verwaarloosd. Sommige watermolens zijn verdwenen, van andere zijn restanten aanwezig of is de plaats te herkennen.

Door de waterlopen te herstellen zoals ze ooit bedoeld waren, kan het sprengensysteem opnieuw benut worden. Deze keer niet voor de wasserijen of de papierindustrie, maar voor ruimtelijke adaptatie. Er wordt water in opgevangen tijdens piekbuien en dit water kan benut worden in droge perioden voor landbouw en natuur. Door het bufferen van water op deze locaties kan ook energie worden opgewekt. Wanneer functies goed gecombineerd worden, biedt dat ook mogelijkheden voor natuur en milieu, bijvoorbeeld voor de moerasplanten en amfibieën die zich in dit soort natte omgevingen thuis voelen.

De watermolensystemen zijn door mensen bedacht en op de plekken in het landschap aangelegd die zich daar het beste voor leenden. Wanneer ze (weer) worden ingezet voor waterberging, moet het systeem ook beheerd worden. Het maken van een beheervisie met een uitvoeringsplan is hiervoor het advies.

Op de kaart zijn deze watermolens aangegeven in respectievelijk zwart, groen en geel. De rode watermolens op de kaart zijn (vrijwel) compleet aanwezig. Ook is op de kaart te zien welke sprengen nog watervoerend zijn (blauw) en welke droog staan (geel). De sprengen die met een zwarte stippellijn zijn aangegeven, zijn helemaal verdwenen.

Inundatiegebieden

Natuur- of agrarische gebieden kunnen, als er voldoende ruimte is, opnieuw benut worden als waterbergingsgebied. Voormalige inundatiegebieden, die men vol met water liet lopen als de vijand in aantocht was, zijn mogelijk geheel of gedeeltelijk te herstellen. Ook forten die gelegen zijn aan deze gebieden kunnen, wanneer ze waterdicht worden gemaakt, worden ingezet voor het tijdelijk bergen van water.

Dat voormalige inundatiegebieden opnieuw als wateropvang kunnen dienen, laat Park Lingezegen zien. Dit gebied tussen Arnhem en Nijmegen is ontwikkeld als uitbreidinggebied voor de stad, maar met een wateropvangsysteem in de openbare ruimte. Dit park is op een natuurlijke manier ingericht met bosjes, struweel en slootjes en is toegankelijk voor kinderen om avontuurlijk te kunnen ravotten, hutten te bouwen en dammen te maken. Ook is een waterspeelplaats ingericht waar kinderen al spelend kunnen leren hoe water stroomt. Bij overmatig regenval wordt het park getransformeerd tot waterbergingsgebied. Zo kan het overtollige water uit de woonwijk opgevangen worden.

Door op de kaart voor waterberging de optie inundatiegebieden aan te vinken, wordt in blauw aangegeven waar deze gebieden te vinden zijn.

Historische overlaten

Overtollig water uit rivieren kon vroeger door verlaagde delen in de dijk of niet bedijkte stukken worden weggeleid naar lagere delen in het landschap, de zogenaamde overlaten. De mensen woonden op de hogere delen, de oeverwallen, of legden terpen aan waarop ze hun huis bouwden. Na 1926 zijn de dijken verhoogd en verlengd en nieuwe waterafvoeren aangelegd, zodat het overtollige water snel kon worden afgevoerd. De oude overlaten werden afgesloten.

Nu door klimaatveranderingen enerzijds de hoeveelheid neerslag toeneemt en anderzijds er langere en drogere perioden zijn, is het zinvol opnieuw naar het landschap te kijken en daarin oplossingen te zoeken voor tijdelijke extra waterberging. De locaties van de oude overlaten bieden hiervoor wellicht nieuwe mogelijkheden.

In het rivierengebied kan wel gebouwd worden, maar dat moet wel klimaat adaptief gebeuren. Het nieuw soort woning moet hoog en droog aangelegd worden of bestendig zijn tegen water. Gedacht kan worden aan huizen op terpen of op palen of aan drijvende woningen. Dijken zijn ook verhogingen in het landschap, maar niet elke dijk leent zich voor bebouwing. Want wanneer er aan een dijk nooit bewoning is geweest, zal dat een reden hebben.   

De kaart laat zien waar historische overlaten te vinden zijn. In de meeste gevallen grenzen ze aan of liggen ze in een historisch inundatiegebied. Deze gronden zijn dus van oudsher geschikt om water tijdelijk te bergen. Vooral in het gebied rondom de Maas en de Waal zijn talrijke historische overlaten te vinden.

Waterberging in de stad

In stedelijke gebieden was het gebruikelijk om waterkelders en waterputten aan te leggen om schoon water op te vangen in de tijd dat water nog niet uit de kraan kwam. Waar men nu kan uitblazen met een versnapering in het Rijksmuseum, was vroeger zo’n waterkelder. Dit soort kelders zouden nu gebruikt kunnen worden om in tijden van teveel water het water op te slaan.

Het is interessant om te bestuderen of er in een stadscontext een koppeling gemaakt kan worden tussen het opvangen van schoon hemelwater (via bijvoorbeeld daken) en de opslag in oude of nieuwe kelders. Door te kijken naar de mogelijkheden en capaciteit van grote utiliteitsgebouwen en/of gebouwen met grote kelders (banken, BB-kelders, etc.), borrelen er wellicht ideeën op voor het opnieuw benutten van deze locaties ten behoeve van de klimaatproblematiek.

Dat ontdekten ze bijvoorbeeld ook in het Limburgse Weert. De gemeente heeft veel last van droogte, omdat de gemiddelde grondwaterstand op min twintig meter onder maaiveld ligt. Dat betekent dat bomen alleen in kuipen gehouden kunnen worden. Tegelijkertijd valt er in de gemeente ook vaak veel regen. Bij archeologisch onderzoek op de Markt werd een grote oude waterput gevonden. Door de put en het wateropvangsysteem te herstellen kan op deze plek nu tijdens hevige regenval water worden opgeslagen. Dat water wordt gebruikt om de aangeplante bomen te voeden. En bomen brengen in de zomer schaduw en helpen tegen hittestress. Een mooi voorbeeld van hoe een oudtijds aangelegde structuur een oplossing kan bieden voor een hedendaags en toekomstig probleem.

Ook bij Keulen is een mooi voorbeeld van wateropvang in een kelder onder een gebouw. De eigenaar van een Duitse papierfabriek kampte in de in de zomerperiode altijd met een tekort aan water voor het aandrijven van de watermolens. Hij ontwierp een waterkelder in zijn huis, die aangesloten was op de beek die het watermolensysteem voedde. In de winter liet hij bij hoogwater in de Rijn water zijn kelder in lopen. Zo had hij de hele zomer voldoende water om met zijn watermolens energie op te wekken voor de papierindustrie.