Waterveiligheid: oplossingen van toen voor opgaven van nu

Waterveiligheid is een belangrijke opgave. Maar hoe we daar mee omgaan, is in de loop der tijd wel veranderd. We vechten er niet langer tegen, we bewegen mee. We moeten inspelen op situaties en onzekerheden die we nu nog niet kennen en de juiste beslissing op de juiste tijd en plek nemen. We zitten in de fase van awareness. Zijn daarbij historische oplossingen nu weer toepasbaar? Kunnen ze ons inspireren tot innovatieve oplossingen? Lees op deze pagina over drie denkrichtingen van vroeger voor de oplossingen van nu.

Leven met water in Nederland doen we al eeuwen. Tot aan de jaartelling pasten we ons aan het landschap en het omringende water aan. We bouwden terpen om ons te beschermen; water werd geaccepteerd. Met de komst van de Romeinen werd er een begin gemaakt met “watermanagement”, een tijdperk van adaptatie. Er werden kanalen en havens aangelegd en de terpen en dijken werden robuuster gemaakt. In de loop der tijd hebben we het landschap steeds verder aangepast om het water buiten te houden, met de middelen die ons op dat moment ter beschikking stonden.

De eerste denkrichting: verzamel verhalen

Elke streek heeft een verleden. Een verhaal. Een eigen identiteit. En die verhalen, die maken ook deel uit van ons erfgoed. Het zijn de karakteristieken die mensen hebben verleid zich te vestigen in die streek. Om er te wonen, werken en kinderen te krijgen. Het zijn de streekeigen verhalen die bijdragen aan de waardering voor het landschap van nu.

Nieuwe maatregelen worden sneller omarmd als we de verhalen kennen en er rekening mee houden bij het maken en nemen van maatregelen. Bovendien kunnen de slimme oplossingen van destijds bijdragen aan de oplossingen van nu, zowel in het stedelijk als het landelijk gebied.

Cisternes

Neem bijvoorbeeld voor het stedelijk gebied de cisternes of reinwater kelders onder het huis. Een directeur van een papierfabriek in Keulen liet een grote cisterne, een ondergrondse wateropvang, onder zijn huis maken om ervoor te zorgen dat er in droge tijden altijd voldoende water aanwezig was om de watermolens – nodig voor de productie van papier - te laten draaien.

Reinwaterkelders

Voor de drinkwatervoorziening werden in het verleden reinwaterkelders aangelegd, een reservoir dat wordt gebruikt om tijdens piekbelasting de toevoer van drinkwater te garanderen. Anno nu bieden ze zekerheid op plaatsen waar de waterlevering onontbeerlijk is, zoals ziekenhuizen en verzorgingstehuizen. Ook zijn reinwaterkelders te vinden in historische steden zoals Amsterdam en in bunkers.

Landelijk gebied

Verhalen uit het verleden kunnen voor het landelijk gebied meer kennis opleveren over de mogelijkheden van het land. Op de natte weiden werd bijvoorbeeld vaker Fries stamboekvee gehouden. Die zakten met hun brede hoeven minder snel weg op de drassige bodem. Ook landbouwers zagen voordeel in hoogwater. Als de polder en de uiterwaarden blank stonden, kwam er een vruchtbare laag rivierklei over de velden. Bovendien ging al het ongedierte dood.

Denkrichting twee: koppel bestaande watersystemen aan hedendaagse opgaven

Nederland is een land van vestingsteden met waterlinies en stellingen. Het resultaat? Een groot – landelijk en regionaal -  watersysteem zoals de Oude Hollandse Waterlinie. Door deze in kaart te brengen, en te kijken of ze weer te herstellen en te beheren zijn, komen mogelijk oplossingen voor de wateropgave van landelijke en stedelijke gebieden bovendrijven.

Inundatiegebieden in ere hersteld

Het herstellen van liniedijken en dwarskades rond voormalige inundatiegebieden kan bijvoorbeeld een oplossing zijn voor het opvangen van piekberging of wateroverlast. De inundatiegebieden worden daarmee in ere hersteld en opnieuw gebruikt als tijdelijke wateropslag. Ook het herstellen van beekdalen draagt bij aan het voorkomen van wateroverlast. De stroomafwaarts gelegen gebieden die ooit het water opvingen, zijn nu vaak verdwenen. Deze herstellen biedt een oplossing voor het tijdelijk opvangen van water.

Kwelkades

Ook het systeem van kwelkades is enigszins in de vergetelheid geraakt. Kwelkades zijn effectief bij een grote waterdruk bij dijken die last hebben van piping. Weten waar ze nog aanwezig zijn, en weten waar ruimte is om op kwetsbare plekken nieuwe kwelkades aan te leggen is daarbij van belang. De zandbanenkaart van de Universiteit van Utrecht kan daarbij goed van pas komen. Verder zijn goed beheer en duidelijkheid over het eigendom van de kwelkades belangrijke aandachtspunten bij het opnieuw in gebruik nemen van kwelkades.

Verdroging en wateroverlast

In veel beken zijn watermolens en het bijbehorend watersysteem in ongebruik geraakt. Herstel van het watermolensysteem op de juiste locaties kan bijdragen aan het verminderen van de wateroverlast, en/of juist het tegen gaan van verdroging. Ook in de stad zijn er oplossingen te bedenken om wateroverlast tegen te gaan, zoals het weer openmaken van de gedempte grachten (Utrecht). In Kampen hebben ze de stadsmuren, die waterkerend waren, op een nieuwe manier weer benut. Er zijn allerlei maatregelen genomen om de stad te beschermen tegen hoogwater. Er is zelf een hoogwaterbrigade die snel paraat staat als er hoogwater dreigt.

Inspirerend voorbeeld: Kristalbad

Kristalbad in Twente is een gebied van 40 hectare. Het ligt op een plaats waar de bebouwing van Enschede en Hengelo elkaar het dichtst naderen. De infrastructuur versnipperde het landschap, het had een beperkte waarde voor de natuur en was niet toegankelijk voor publiek. Het water dat door het gebied liep, was van erbarmelijke kwaliteit. Maar boven alles speelde er een opgave voor waterberging. In Enschede en Hengelo was weinig ruimte voor overtollig regenwater. Bovendien is er tussen beide steden een behoorlijk hoogteverschil. Om in Hengelo de voeten droog te houden, moest water tijdelijk opgevangen kunnen worden.

Er werd een landschapsarchitect in de arm genomen om het gebied te ontwikkelen naar een multifunctioneel landschap waar waterberging, ecologische verbinding, waterzuivering en recreatie samenkomen. Hij nam niet het gebied, maar de opgave als uitgangspunt. Kristalbad is nu recreatiegebied, natuurgebied, waterzuiveringsgebied én waterbergingsgebied, met ruimte voor 187 miljoen liter water.

Derde denkrichting: maak gebruik van beproefde bouwmethoden

Wie goed kijkt, ontdekt dat er in de stad historische oplossingen aanwezig zijn om met water om te gaan. Zo zien we bijvoorbeeld op historische plattegronden dat minimaal 60% van een dichtbevolkte stad open was. Het niet verder inbreiden van steden en ontstenen is voor de waterafvoer dus een oplossing.

Optrede en vloedplanken

Maar ook bouwmethoden uit het verleden geven wijze lessen over omgaan met wateroverlast. In gebieden waar overstromingen konden optreden, was er een optrede naar de voordeur en waren er vloedplanken aanwezig om het water buiten te houden, zoals in Dordrecht, Kampen en Den Briel. Op Marken werden de huizen gebouwd op werven of op palen. Bij een overstroming liep het water tegen de werf aan of onder de huizen door.

Drijfkelders

De veenboerderijen in Holland, in de IJpolders en in steden aan het water (Amsterdam, Dordrecht, Edam) werden vanaf de 17e/18e eeuw soms voorzien van een zogenaamde drijfkelder onder het huis. Deze kelders konden mee fluctueren met het dalende en stijgende grondwater of bij de eb- en vloedbeweging. De kelders lagen onder de opkamer, zodat er ruimte was om te bewegen. De wanden werden vrijgehouden van de funderingsmuren. De bak bestond uit metselwerk van twee lagen bakstenen op de platte kant, gemetseld met waterdichte trasmortel. De bodem bestond uit een rooster van zware, kruislinks over elkaar gelegde balken met daarop vijf tot acht lagen trasklinkers op hun platte kant. De kelder was bereikbaar met een los trapje. Uit de 19e eeuw en later kennen we ook dergelijke kelders van beton.

Kortom…

Er zijn al met al verschillende ruimtelijke en technische oplossingen uit de geschiedenis die kunnen inspireren bij hedendaagse wateropgaven. Deze voorbeelden van ruimtelijke adaptatie kunnen samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in kaart worden gebracht. Het gaat daarbij om de locaties, de systemen en de nog aanwezige elementen in relatie tot de huidige en toekomstige wateropgaven. De kaart van der verstedelijking is een voorbeeld van een hulpmiddel daarbij. Daarna kunnen de uitkomsten in samenwerking met een onderzoeksinstituut gericht op hedendaagse oplossingen, doorontwikkeld worden naar innovatieve en toekomstbestendige methodieken. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed denkt daarin graag mee.